Iedereen voelt wel eens gezonde spanning voor een belangrijk gesprek, een presentatie of een (eerste) date. Maar dat is nog niet direct een sociale angststoornis. Toch gaat het voor miljoenen mensen veel verder dan alleen wat ‘gezonde spanning’. Hun leven wordt echt beïnvloed door sociale angst.
Toch gaat het voor miljoenen mensen veel verder dan alleen wat ‘gezonde spanning’
Wanneer sociale angst je leven gaat beheersen en dus gaat belemmeren, kun je je afvragen of je een officiële stoornis hebt. In de professionele hulpverlening wordt hierbij gekeken naar de DSM-5 criteria voor een sociale angststoornis (ook wel sociale fobie genoemd).
De DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is het wereldwijde handboek voor psychische aandoeningen. In dit artikel duiken we dieper in de DSM-criteria die bepalen of je een sociale angststoornis hebt en waarom een diagnose zowel een opluchting als een valstrik kan zijn.
Wat is een sociale fobie volgens de DSM-5?
Goed om te zeggen is dat sociale fobie en sociale angststoornis door elkaar worden gebruikt, maar het is hetzelfde. ‘Sociale angst’ op zichzelf hoeft niet direct een stoornis te zijn (iedereen heeft wel eens last van sociale angst).
Om de diagnose sociale angststoornis te krijgen (volgens de DSM-5) moet er echt wel sprake zijn van meer dan alleen wat ongemak. En wist je dat 10% van de bevolking in Nederland ooit in zijn leven een sociale angststoornis heeft/krijgt? Bizar veel he!
De DSM-5 omschrijft een sociale angststoornis als een duidelijke en aanhoudelijke angst voor één of meer sociale situaties waarin de persoon wordt blootgesteld aan de mogelijke kritiek of het oordeel van anderen.
De kern van zo’n sociale fobie is volgens de DSM-5 niet de situatie zelf, maar de angst voor een negatieve beoordeling (of evaluatie met een duur woord). Je kunt bang zijn dat anderen je vernederen, afwijzen of belachelijk maken, of je kunt bang zijn voor je eigen reactie (bang voor blozen, trillen, etc.).
De officiële criteria: Het afvinklijstje van de DSM-5
Ik heb in mijn leven heel wat stoornis-labels gekregen. Gegeneraliseerde angst, vermijdende persoonlijkheidsstoornis, de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. Maar de sociale angststoornis had zeker óók op de bingokaart kunnen staan.
Een psycholoog of psychiater kijkt naar een aantal specifieke criteria om te bepalen of jij ‘officieel’ een sociale angststoornis hebt. Hiervoor wordt dus de DSM-5 gebruikt, wat eigenlijk een soort afvinklijstje is. Check, check, check, etc.
Onderstaande komt letterlijk uit de DSM-5, dus excuus voor de taaie kost;
- Duidelijke angst of vrees voor een of meer sociale situaties waarin de betrokkene wordt blootgesteld aan mogelijke kritische beoordeling door anderen.
- De betrokkene vreest dat hij of zij zich zodanig zal gedragen of in zo'n mate angstverschijnselen zal vertonen dat anderen hierover negatief zullen oordelen.
- De sociale situaties roepen bijna altijd angst of vrees op.
- De sociale situaties worden vermeden, of alleen verdragen wel met intense angst of vrees.
- De angst of vrees is buitenproportioneel t.o.v. het werkelijke gevaar dat de sociale situatie met zich meebrengt.
- De angst, vrees of vermijding is persistrerend en duurt meestal zes maanden of langer.
- De angst, vrees of vermijding veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of in het funtioneren op andere belangrijke terreinen.
- De angst, vrees of vermijding kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel of een somatische aandoening.
- De angst, vrees of vermijding kan niet beter worden verklaard door de symptomen van een andere psychische stoornis.
- Als er sprake is van een somatische aandoening of conditie is de angst of vermijding hieraan duidelijk niet gekoppeld of is deze excessief.
De kenmerken van een sociale fobie: Hoe ziet dit eruit?
Allemaal leuk en aardig die afvinklijst, maar interessanter is om te kijken naar de praktische uitingen van sociale fobie. Daar herken je jezelf namelijk sneller in dan in die droge kost.
Kenmerken van sociale fobie kunnen variëren van heel breed tot heel specifiek.
Specifieke vs. gegeneraliseerde sociale fobie
Sommige mensen met een sociale fobie hebben last van een zogeheten ‘enkelvoudige fobie’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan spreekangst of eten in een restaurant. Anderen hebben een meer gegeneraliseerde vorm waarbij bijna elke vorm van (naderend) sociaal contact stress oplevert.
Deze laatste groep mensen loopt het grootste risico op volledig vermijding en een sociaal isolement. Als ik naar mezelf kijk kan ik het op heel verschillende dingen hebben. Zo ben ik bijvoorbeeld ook sportinstructeur waarin ik constant aan het socializen ben, maar vind ik andere sociale omgevingen weer heel spannend.
Fysieke signalen als bewijs
Veel mensen gebruiken hun eigen lichaam als bewijs dat ze falen. Die beginnen dan bijvoorbeeld te blozen en trillen tijdens sociaal contact en denken dan; ‘zie je, er is iets mis met mij en iedereen lacht me nu uit’. Dit veroorzaakt de angstcirkel alleen maar.
Waarom een DSM-label ook een valstrik kan zijn
Ik heb veel labels gehad in mijn leven. Toen ik in een kliniek zat voor de behandeling van een persoonlijkheidsstoornis kreeg ik de diagnose ‘persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven (NAO)’, met kenmerken van een hele rits aan specifieke persoonlijkheidsstoornis. Ik was officieel een gekkie, dacht ik.
Hier schuilt ook gelijk het gevaar in. Als jij volgens de DSM criteria een labeltje krijgt (zoals sociale angststoornis) is de kans aanwezig dat je je hiermee gaat identificeren. ‘Ik kan dit niet, want ik heb een sociale angststoornis’.
Ik heb dat ook heel lang gedaan. Ik maakte mezelf onbewust helemaal gek. Om eerlijk te zijn kwam ik hierdoor een beetje in een slachtofferrol terecht.
Persoonlijk zie ik een DSM-label meer als een beschrijving van een gedragspatroon uit het verleden (of heden), en niet als een vaststaand feit. Het ding met stoornissen is vaak dat je deze stoornis niet heel je leven hebt (uitzonderingen daargelaten). Immers, als er geen grote belemmering meer is in je leven, heb je volgens de criteria geen stoornis meer.
Of je nou wel of niet precies aan die DSM-criteria voor sociale fobie voldoet, de oplossing blijft hetzelfde. Stop met je strijd tegen die angst, leer hoe je mind en angstmechanisme werken en start met leven naar je waarden i.p.v. je labeltjes of symptomen.
Wanneer moet je hulp zoeken?
Je hoeft echt niet te wachten tot alle vinkjes op groen staan. De belangrijkste graadmeter is je eigen vrijheid. Vraag jezelf dingen af als;
Merk je dat je vaker ‘nee’ zegt tegen afspraken die je eigenlijk wel zou willen doen?
Voel je een constante sociale stress die je energie vreet?
Beïnvloedt de angst je carrière, bijvoorbeeld door angst om te solliciteren?
Let er hierbij wel op dat je jezelf ook voor de gek kunt houden. Ik heb mezelf bijvoorbeeld vaak wijsgemaakt dat ik gewoon introvert was en niet van mensen hield. Maar ondertussen was ik doodongeluk thuis en merk ik dat ik enorm oplaad van bijvoorbeeld sportlessen geven aan groepen.
Als je merkt dat de kenmerken van sociale angst jouw wereld kleiner maken, is dat reden genoeg om hulp te zoeken bij een huisarts, psycholoog, coach of psychiater.
Conclusie: van diagnose naar actie
Een sociale angststoornis is een klinisch hulpmiddel, geen levensvonnis. Het begrijpen van de officiële DSM-criteria kan je inzichten geven, maar jij bent niet je diagnose.
Herken jij jezelf in de criteria voor een sociale fobie? In plaats van te focussen op het label, is het aan te raden om je te focussen op de oplossing. En die oplossing zit hem niet in het wegkrijgen van de angst, maar juist in het bewegen mét angst.