Extreme paniekaanval: Waarom het label ‘extreem’ je grootste vijand is

Je hart bonst niet alleen; het lijkt wel uit je borstkas te knallen. Het lijkt alsof je flauw gaat vallen, of je moet overgeven, of je elk moment dood neer kunt vallen. En je wil maar één ding; die paniek moet weg!

En je wil maar één ding; die paniek moet weg!

Maar hier is de harde waarheid; door deze ervaring te labelen als een extreme paniekaanval, maak je het zelf erger. I’m sorry. But it’s true.

Je plakt een sticker op een lichamelijke sensatie die je brein vertelt dat het ‘code donkerrood’ is. Dus wat denkt je brein? Top, dan pomp ik nog meer adrenaline in je systeem om je alert te maken voor oorlog!

In dit artikel leg ik je uit waarom er eigenlijk niet zoiets bestaat als een ‘extreme’ paniekaanval, en h0e je überhaupt van paniekaanvallen af komt. En misschien verrassend; je taalgebruik is hier van invloed op!

De taal van angst: Hoe woorden je biologie sturen

Kijk, een paniekaanval is een paniekaanval. Platgeslagen is een paniekaanval een lichamelijk proces. Je zenuwstelsel is overactief en ziet gevaar waar dat er niet is. Om dit gevaar te lijf te gaan worden er allerlei fysiologische processen in gang gezet (hormonen etc.) om jou letterlijk klaar te maken voor het gevecht. 

Omdat jouw zenuwstelsel deze sensaties (hoge hartslag, druk op je borst, tintelingen, warmte, zweten etc. etc.) óók weer onterecht labelt als gevaar, blijven deze fysiologische processen zich herhalen en voel jij dat dus als een paniekaanval. 

Maar nu komt ‘ie; als jij jouw paniekaanval zelf gaat labelen als ‘extreem’, dan geef je éxtra informatie aan je zenuwstelsel. Je doet, onbewust, een voorspelling. Dit is niet ZOMAAR een beetje paniek, dit is EXTREEM! Waardoor dat zenuwstelsel juist nóg meer adrenaline door dat lijf laat spuiten.

De ‘extremiteit’ van de paniekaanval zit dus niet in je lichaam, maar in de beoordeling van de mind. 

  • De waarneming: ‘Ik voel een druk op mijn borst.’

  • Het label: ‘Dit is een extreme paniekaanval, ik krijg een hartaanval!’

  • De reactie: Je lichaam reageert op het label ‘extreme paniekaanval’ en ‘hartaanval’ met nóg meer paniek.

En zo heb je dus zelf gecreëerd wat je niet wil. Precies zoals paniekaanvallen ontstaan. Capiche?

We leven in een maatschappij van superlatieven. Alles moet groter en heftiger. Somberheid wordt depressiviteit, paniek wordt een extreme paniekaanval. En begrijp me niet verkeerd; het VOELT ook extreem. Ik ben psycholoog én ervaringsdeskundige, dus ik wéét dat het godsgruwelijk kut is.

Maar door alles te labelen als heel groots, geven we onbewust aan onszelf aan dat het buiten ons vermogen ligt om te dragen. We maken onszelf dus slachtoffer van onze eigen biologie!

vrouw heeft paniekaanval in bed

De oplossing: Van extreme weerstand naar willingness

Het hele idee van jouw ‘extreme’ paniekaanval is jouw ‘extreme’ weerstand. Het is misschien lastig om te horen, maar je maakt het, helaas, zelf extreem. En dat is extreem zonde.

Maar niet getreurd; je hoeft niet heel je leven met paniekaanvallen rond te lopen. Je bent namelijk niet stuk. Ik ga je uitleggen wat je kunt doen.

1. De paradox van overgave

Wanneer je vecht tegen een paniekaanval, voed je het vuur. Dus hoe meer je vecht, hoe intenser en ‘extremer’ je de paniekaanval ervaart (ook al is er eigenlijk geen gradatie: paniek is paniek). Je probeert de controle terug te krijgen op iets dat op dat moment oncontroleerbaar is.

De weg naar buiten is precies de tegenovergestelde richting. Willingness. De deur volledig wagenwijd open zetten. Kom maar door met die paniek. Vreet me maar helemaal op. Neem me maar helemaal over. Zeg het hardop. Schreeuw het voor mijn part. PAK ME HELEMAAL!

En je zal zien, als je dit écht kunt doen, als je écht in die overgave kunt komen, neemt de paniek je niet over. Dit voelt zwaar tegennatuurlijk, want je bent doodsbang voor de paniek. Maar dat is precies het ding; je moet aan je zenuwstelsel laten zien dat er niets is om bang voor te zijn.

En ja, dat mag met tranen, knikkende knietjes en hyperventilatie. Niks mis mee. 

2. Stop met kalmeringstrucjes

Geloof mij, als je gaat Google’en kom je alles tegen. Ademhalingsoefeningen, 5-4-3-2-1 oefeningen, mindfullness, valeriaan, Valdispert, allerlei trucjes voor paniekaanvallen voor het slapen, you name it. 

Eerlijk? Allemaal bullshit. Want wat doe je daarmee wederom? Vechten. Je wil de paniek weg. Het mag er niet zijn. En wat voor signaal geef je je zenuwstelsel daarmee? Juist. Dat die paniek levensgevaarlijk is. 

Ik zeg dit niet alleen als psycholoog, maar vooral als ervaringsdeskundige. Als je zoals ik écht last hebt gehad van paniekaanvallen, weet je dat je kunt ademen tot je een ons weegt. Niks van dat alles. Adem maar lekker onregelmatig. Hyperventileer. Jank. Schreeuw. Dát is overgave. 

3. Gebruik neutrale beschrijvingen

Vanaf nu ga jij niet meer spreken van een ‘extreme’ paniekaanval. Je hebt een paniekaanval. Er is niets extreems aan. Het is extreem kut, dat klopt. Maar het is gewoon paniek. Niet meer, en niet minder.

Je kunt het zelfs feitelijk maken. In plaats van ‘ik heb een paniekaanval’, kun je bijvoorbeeld zeggen ‘Ik merk dat mijn hart snel slaat, mijn ademhaling heel hoog zit, mijn ogen alle kanten op gaan‘.

Door te observeren op een feitelijke manier creëer je afstand. En dat is heel belangrijk voor het volgende punt.

4. Defusie creëert afstand

Defusie is het tegenovergestelde van fusie. Wanneer je ‘gefuseerd’ bent met je gedachte (‘ik trek dit niet’) dan geloof je dit echt. Er is geen afstand meer.

De waarheid is; jij bent niet je gedachten. Jij bent iemand, en je hebt een mind. Die mind heeft één functie; heel de dag negatieve gedachtestromen doorpushen. Irritant? Alleen als je ertegen probeert te vechten óf ze gaat geloven. 

Er zijn dus 3 smaakjes;

  1. Je bent geïdentificeerd met de negatieve gedachten (= mind) en je gelooft ze.
  2. Je bent niet geïdentificeerd met de negatieve gedachten maar bent er constant tegen aan het vechten (‘ik kan het verdomme wel, hou je bek stomme mind!’).
  3. Je bent niet geïdentificeerd met de negatieve gedachten en laat ze er gewoon zijn, als een radio die op de achtergrond aan staat. Je hoeft er ook helemaal niets positiefs tegenover te zetten. Dat is namelijk óók vechten. 

Door jezelf te trainen kun je smaakje 3 onder de knie krijgen. In eerste instantie is het vooral belangrijk om te zien dat jij in ieder geval niet je mind bent, maar een waarnemer van de mind.

afbeelding van een brein

Veelgestelde vragen (FAQ)

Bestaat er een medisch verschil tussen een gewone en een extreme paniekaanval?

Nee. Medisch gezien is een paniekaanval een piek in je autonome zenuwstelsel. De intensiteit varieert, maar de onderliggende mechanismen zijn hetzelfde. Het label ‘extreem’ is puur subjectief.

Kan een extreme paniekaanval kwaad voor mijn hart?

Je hart is een sterke spier die gebouwd is op inspanning. Een paniekaanval is voor je hart vergelijkbaar met een flinke sportsessie. Hoe ‘extreem’ het ook voelt, je lichaam is gemaakt om dit op te vangen.

Hoe lang duurt een extreme paniekaanval gemiddeld?

Dat ligt eraan hoe lang jij blijft vechten. De fysieke piek van adrenaline duurt meestal maar enkele minuten.

Het is de angst voor de angst en het constant maar blijven vechten tegen de paniek dat ervoor zorgt dat de nasleep uren kan duren. Zonde!

Conclusie: Haal de angel eruit

Een extreme paniekaanval is alleen maar extreem zolang jij ertegen vecht. Zodra je bereid bent om de intensiteit te voelen zonder er een dramatisch label op te plakken, zul je merken dat de storm sneller gaat liggen dan je ooit voor mogelijk hield.

Het is je gedachtenmachine die probeert de controle terug te krijgen door je bang te maken. Meer niet.

Heb jij het gevoel dat jouw aanvallen ‘anders’ of heftiger zijn dan die van anderen? Dat is precies de valstrik van je mind.

Tijd om de regie terug te pakken, hoe intens het ook voelt. En dat kun jij prima.